blog

Wat moeten werkgevers weten over schijnzelfstandigheid in 2026?

5 minuten

Vrouw werkt op kantoor achter haar laptop

De coulanceperiode bij de handhaving op schijnzelfstandigheid is op 31 december 2025 officieel geëindigd. Daarmee is per 1 januari 2026 een nieuwe fase ingegaan in de handhaving van de Wet DBA. De Belastingdienst controleert sindsdien actief of zzp’ers worden ingezet voor werkzaamheden die feitelijk binnen een dienstverband thuishoren. Dit vergroot de risico’s voor opdrachtgevers en intermediairs aanzienlijk.

Eerder beperkte gevolgen

Tijdens de jaren waarin de handhaving grotendeels stillag, konden werkgevers bij overtredingen rekenen op beperkte gevolgen. Die periode is voorbij. Sinds het hervatten van de controles kan de Belastingdienst naheffingen loonheffingen opleggen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. In eerste instantie werd aangekondigd dat vanaf 2026 ook boetes zouden volgen.

Keuze van het kabinet

Tegelijkertijd bleek begin 2026 dat de handhaving minder zwart-wit wordt toegepast dan aanvankelijk werd gevreesd. Hoewel de boetemogelijkheid formeel bestaat, heeft het kabinet gekozen voor een gedeeltelijke voortzetting van de ‘zachte landing’. In de praktijk betekent dit dat de Belastingdienst bij veel controles nog steeds start met bedrijfsbezoeken en waarschuwingen. Bij reguliere overtredingen volgt doorgaans eerst een naheffing, zonder directe boete.

Boetes blijven in 2026 vooral voorbehouden aan situaties waarin sprake is van opzet of grove schuld, bijvoorbeeld wanneer opdrachtgevers bewust constructies gebruiken om loondienst te vermijden. Daarmee probeert het kabinet ruimte te laten voor organisaties die te goeder trouw zijn, maar nog worstelen met de juiste inrichting van arbeidsrelaties.

In de politiek blijft de aanpak onderwerp van discussie. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft gepleit voor een verdere verlenging van de zachte landing, uit vrees dat werkgevers en zelfstandigen onvoldoende houvast hebben. Eerder nam de Kamer al een motie aan met die strekking, maar het kabinet hield vast aan het uitgangspunt dat er inmiddels genoeg voorbereidingstijd is geweest.

Volgens de verantwoordelijke bewindspersonen is verder uitstel bovendien onwenselijk. Striktere handhaving is nodig om oneerlijke concurrentie tegen te gaan en vormt een belangrijke voorwaarde voor Nederland om aanspraak te blijven maken op middelen uit het Europese coronaherstelfonds. Tegelijkertijd wordt erkend dat de overgang naar volledige handhaving zorgvuldig moet verlopen.

Samenvatting

Per saldo bevindt 2026 zich daarmee in een tussenfase: de handhaving is aangescherpt en naheffingen zijn realiteit, maar de toepassing van boetes gebeurt nog met terughoudendheid. Voor opdrachtgevers en zzp’ers betekent dit dat de urgentie om arbeidsrelaties kritisch tegen het licht te houden groot is, terwijl de exacte impact van de handhaving zich dit jaar verder zal uitkristalliseren.